Alida Louise Swam wordt in de Arnhemse wijk Klarendal geboren in 1870. Haar ouders zijn werkzaam als venters. In de arme volksbuurt waar het gezin woont, is een kazerne gevestigd en -de donkerharige met blauwe ogen- Alida valt op jonge leeftijd voor de aldaar gestationeerde Utrechtse infanterie soldaat Gerardus Johannes Oostveen. Hoewel hij niet als de vader wordt vermeld bij de aangifte van Alida's eerste kind, Arnoldus, lijkt het waarschijnlijk dat hij het wel was. In het geboorteregister wordt hij in ieder geval vermeld als getuige. Alida is dan 17 jaar oud. Twee jaar later is ze opnieuw zwanger en dit maal is het zeker dat Gerardus de vader is. Ze besluiten om voor de bevalling met elkaar te trouwen. Veel geld hebben ze niet en ze krijgen daarom een "bewijs van onvermogen". Dit houdt in dat ze de bijbehorende documenten om te kunnen trouwen niet hoeven te betalen. Gerardus heeft bovendien besloten om na 7 jaar, het leger te verlaten en zijn geld te verdienen als schilder.
Goede tijden, slechte tijden
Het lijkt erop dat gelukkige tijden voor het kersverse echtpaar gaan aanbreken, maar het verloopt anders. Twee maanden na het huwelijk, in december, krijgt het pasgetrouwde stel een tweeling: Gerardus en Cornelia. De dochter blijkt sterker dan haar broertje. Zoon Gerardus wordt slechts een paar dagen oud en sterft op oudejaarsdag. Alsof het nog niet genoeg is, zal in het jaar dat volgt ook hun andere zoon, de 3-jarige Arnoldus, in het ziekenhuis zijn laatste adem uitblazen en dat geldt ook voor de vader van Alida. Het gezin verhuist van de ouderlijke woning in de Tedingstraat naar de Rappardstraat. Daar wordt in februari 1892 dochter Alida geboren. De vreugde van de geboorte is echter van korte duur, want ook deze baby zal slechts enkele dagen het levenslicht zien. Als vervolgens in maart 1894 hun 4-jarig dochtertje Cornelia hetzelfde lot ondergaat, neemt het ineens kinderloze echtpaar een drastisch besluit. Gerardus houdt het schilderen als beroep voor gezien en meldt zich wederom aan voor de militaire dienst. Hij vertrekt als soldaat naar Nederlands-Indiƫ in september. Alida blijft alleen achter en gaat op zoek naar werk. In november van dat jaar krijgt ze een aantrekkelijk aanbod.
Naar Haarlem
Een zekere Bronkhorst die in de Langstraat te Arnhem woont komt op 25 november met een brief naar Alida en zegt dat hij een "flinke betrekking" voor haar heeft en of zij "lust heeft om daar heen te gaan". Ze zal dan op dinsdag 27 november door een zekere korporaal bij de infanterie, Van Os genaamd, worden opgehaald en naar diens moeder Madame van Os, in de Nes (in Amsterdam) gebracht worden. Alida, die niet kan lezen of schrijven, is ervan overtuigd dat ze een baan als dienstbode aangeboden heeft gekregen en neemt het aanbod aan. Bij Madam Van Os aangekomen wordt ze voorgesteld aan een heer die haar nieuwe werkgever zou moeten worden in Leiden. Maar als hij hoort dat Alida getrouwd is, trekt hij zijn aanbod in. Vervolgens wordt een boodschap gestuurd naar bordeelhoudster Cornelia Roosdorp (Winkelaar) die direct vertrekt naar het pand van Madame Van Os. Wederom wordt aan Alida een baan als dienstbode belooft, maar als zij over het loon wil spreken, antwoordt Cornelia: "O dat komt wel in orde. Ik zal zorgen dat gij dubbel tevreden zijt". Alida en Cornelia vertrekken dan naar Haarlem en het is pas als Alida andere kleren moet aantrekken en zij naar een kamer geleid wordt in het pand in de Pieterstraat, dat ze beseft dat ze in een bordeel is terechtgekomen.
Alida wordt prostituee
Vertrekken kan ze niet. Alida wordt verteld dat ze dan eerst de kosten van ongeveer fl. 60.- zal moeten terugbetalen die voor haar gemaakt zijn. Onder dit bedrag vallen: de kosten voor de levering van Bronkhorst (fl.5.-), de inspanningen van mevrouw Van Os (fl. 2,50), het reisgeld van Korporaal Van Os, de vracht van haar kist en enkele kledingstukken. De helft van hetgeen ze verdient moet ze afstaan om de schuld af te lossen. Het overige geld mag ze houden. Het bedrag dat iedere klant voor haar betaalt wordt opgeschreven in een boekje. Als prostituee moet Alida, volgens de gemeentelijke regels van de verordening op de bordelen, worden ingeschreven bij de politie. Dit gebeurt op 29 november.(1)
Opnieuw zwanger
Uiteindelijk verlaat ze het bordeel op 15 december met juffrouw Adriana Maria Wilner van de Vereniging der Boetvaardig Gevallen Vrouwen. Deze organisatie is opgericht in 1893 en heeft als doel om vrouwen te helpen die het leven van prostituee willen verlaten. Aan de Koudenhorn heeft de vereniging een pand dat onderdak geeft aan deze groep vrouwen. De bordeelhoudster mag geen weerstand bieden aan het vertrek. Maar Alida moet van haar wel de rest van haar schuld afbetalen. Uit het bijgehouden boekje zou blijken dat Alida's werkzaamheden in het totaal fl. 50.- hadden opgebracht. Maar ondat ze nog niet het totale bedrag heeft afgelost, moet ze haar kledingkist met inhoud achterlaten. Achteraf moppert ze hierover en beweert ze dat Cornelia ook aan haar nog geld is verschuldigd. Misschien vormt dit uiteindelijk de reden dat ze na haar verblijf aan de Koudenhorn wederom bij de bordeelhoudster in dienst treedt. Hoelang ze nogmaals in de Pieterstraat werkt is niet bekend. Het is vermoedelijk maximaal een jaar, want uiteindelijk verlaat ze het bordeel en gaat ze bij Juffrouw Wilner wonen. Dit is tijdelijk, want ze vindt een huurwoning in de Leliestraat. Of ze dan gestopt is met haar werk als prostituee is onduidelijk. Ze heeft in ieder geval omgang met een man, want in maart 1896 raakt ze opnieuw zwanger. Of de verwekker ooit geweten heeft dat Alida zijn kind gaat krijgen is niet bekend. Alida staat er in ieder geval alleen voor. Ze vindt wederom steun bij Adriana Wilner bij wie ze tijdelijk kan intrekken. Haar verblijf aldaar in de Saenredamstraat beleeft echter een abrupt einde.
De verleidingen van het geld
Op 3 juli 1896 krijgt Adriana Wilner -ter bewaring- een gouden tientje van iemand die ze kent. Ze heeft het geld opgeborgen in een kartonnen kistje bij haar in huis. Alida ziet het en besluit om een paar dagen later het muntstuk te pakken en te besteden aan een rit in een open koets. Ze nodigt hierbij ook haar vroegere buurvrouw Adriana Petronella Pastoor uit en trakteert haar vervolgens op bier. Van het geld dat overblijft maakt Alida een reis met de trein naar Leeuwarden. Waarom juist naar die stad is niet bekend. Er zijn in ieder geval voldoende getuigen om de inmiddels 26-jarige Alida te laten veroordelen voor diefstal. Waarschijnlijk is er in de Haarlemse gevangenis geen plaats, en moet ze daarom haar straf uitzitten in Utrecht.
In de gevangenis
Op 4 september wordt ze ingeschreven bij de gevangenis aan het Wolvenplein. Bij de inschrijving krijgt ze een plaat met een nummer die overeenkomt met het nummer van de cel. Ze moet het ten alle tijde om haar nek dragen. Alida mag niet meer bij naam genoemd worden, maar bij dit nummer. Ze heet nu C1/3. Vervolgens wordt ze in een receptiecel gevisiteerd. Bij aankomst in haar cel krijgt ze uitleg wat er in staat en hoe het ventilatiesysteem werkt. Om te voorkomen dat gevangenen met elkaar spreken en daardoor elkaar "slecht" beinvloeden, zijn ze verplicht om -als ze de cel verlaten- een kap op te zetten die het gezicht bedekt. Alida gedraagt zich goed tijdens haar verblijf. Overdag werkt ze in de gevangenis en daarnaast heeft ze recht om -onder toezicht- een half uur per dag in een individuele luchtkooi de verse buitenlucht in te ademen. Iets meer dan 2 maanden na haar aankomst, op 17 november 1896, wordt dochter Cornelia Wilhelmina geboren. De directeur van de gevangenis doet aangifte van de geboorte bij de gemeente. Opvallend is dat als vader wordt opgegeven Gerardus Johannes Oostveen, Alida's echtgenoot, die op dat moment al twee jaar in Nederlands-Indiƫ verblijft. De vraag is dan ook hoe Gerardus zal reageren in 1898 als hij terugkeert naar Nederland.
Een dochter?
Gerardus is alles behalve blij als hij bij terugkomst hoort dat zijn echtgenoot niet alleen met prostitutie haar geld heeft verdiend, maar ook een kind heeft gekregen waarvan hij de vader zou moeten zijn. Alida woont intussen in Oosterbeek als ze in 1899 een oproep krijgt om te verschijnen voor de Utrechtse rechter. Ze meldt zich ziek voor de zitting. Haar afwezigheid heeft echter weinig invloed op de uitkomst. Gerardus kan overtuigend aantonen dat hij niet de vader kan zijn. Zijn naam als vader van Cornelia Wilhelmina wordt daarop geschrapt. Daarna volgt een nieuwe rechtszaak waarbij Gerardus wil scheiden van zijn overspelige echtgenote. Hij meldt dat sinds zijn vertrek zijne echtgenote "voortdurend overspel heeft gepleegd met andere mannen en vleeschelijke gemeenschap heeft gehad". Met de uitspraak van de rechtbank uit 1899 is de bewijsvoering hiervoor aangetoond. Gerardus wordt daarmee in het gelijkgesteld en Alida is behalve gescheiden, ook veranwoordelijk voor het betalen van de fl. 40.- aan gerechtelijke kosten.
Hoe gaat het verder?
Hoe het verder met Alida gaat als ze gescheiden is, heb ik niet kunnen achterhalen. Ik vermoed dat ze sinds haar vertrek uit de gevangenis terug is gegaan naar haar familie in Arnhem en aldaar gebleven is. De band met haar dochter is niet hecht. Als Cornelia in 1921 trouwt wordt in de huwelijksakten gemeld dat ze geen idee heeft waar haar moeder verblijft.
En zo blijven er nog veel stukjes over van de puzzel over het leven van Alida. Maar zodra er weer een bekend is, wordt het hier bijgelegd.
Notenapparaat
1 Volgens het dienstboderegister, waarin alle personen waren ingeschreven die bij hun werkgever inwoonden -dus ook prostituees in bordelen-, is Alida op 29 november ingeschreven in de gemeente. Volgens hetzelfde register zou ze echter al sinds 19 november in de stad verblijven. De gegevens in het register zijn afkomstig van een kaartensysteem dat later werd overgeschreven. Het kan dus gebeuren dat die verkeerd zijn overgenomen en genoteerd in dit register. Maar het zou ook kunnen dat Alida zich vergist heeft in de data. Ze kon immers niet lezen of schrijven. Haar verhaal over hoe ze in de prostitutie terecht is gekomen werd opgeschreven door Klaas Taekema die als vooraanstaand lid van de Middernachtzending streed voor een bordeelverbod. Hij kan daarom ook het verhaal hebben aangedikt.